De Blauwe Doos: Reizen om te leren - Auguste Voisin

De reisgids. Een onmisbaar kleinood voor iedereen die nieuwe horizonten verkent, een stad of streek bezoekt die intrigeert, verleidt, uitnodigt, en dus om een extra woordje uitleg vraagt. Volgens René Goscinny en Albert Uderzo maakten Asterix en Obelix er al gebruik van bij hun bezoek aan het Rome van Julius Caesar. Gent mocht dan ook niet achterblijven.

Auguste Voisin wordt in 1800 geboren in Frankrijk. Hij komt als driejarige peuter in Gent terecht, waar zijn vader tot docent aan de Ecole Centrale (het latere Atheneum) is aangesteld. Hij volgt er zijn middelbare studies en schrijft zich in aan de net opgerichte Gentse universiteit, waar hij in 1824 gradueert tot doctor in de letteren en wijsbegeerte. Voisin wordt leraar aan het stedelijk college van Kortrijk maar keert in 1830 terug naar Gent en wordt er in 1836 hoofdbibliothecaris van de universiteitsbibliotheek. Totaal onverwacht, op 43-jarige leeftijd, sterft hij aan een hersenbloeding. Zijn opvolger in de bibliotheek wordt de erudiete Jules de Saint-Genois, in 1851 de eerste voorzitter van het Willemsfonds.

Voisin

Auguste Voisin is zijn leven lang gepassioneerd door de kunst- en cultuurgeschiedenis van zijn thuisstad. In 1823 is hij een van de stichters van de Gentse Stedelijke Commissie voor Monumenten en Stadsgezichten, maar hij wil zijn passie vooral delen met het grote publiek. In 1826 publiceert hij daarom zijn Guide des voyageurs dans la ville de Gand, ou notice historique sur cette ville, ses monuments et ses hommes célèbres. In een uitgebreid eerste deel behandelt hij de Gentse geschiedenis van de Romeinen tot het bestuur van koning Willem I, die hij vol bewondering omschrijft als "un prince, le seul peut-être, que l'on peut appeler sans que la vérité ait à en rougir, le père de la patrie, le meilleur et le modèle des rois." Dan volgt de kern van elke toeristische gids: de beschrijving van de monumentale gebouwen en de beroemde mannen die er vertoefden, met als afsluiter dan toch één vrouw: Jeanne Othonia, een dichteres uit het begin van de 17e eeuw. Hij draagt het boek op aan zijn burgemeester, Joseph Van Crombrugghe, die van 1825 tot 1842 de stad bestuurde.

Zijn reisgids valt in de smaak en er wordt een tweede druk voorbereid. In augustus 1830 is al een deel van het boek klaar, maar de septemberrevolutie gooit roet in het eten. Het boek blijft om evidente redenen even liggen bij drukker-uitgever De Busscher. Wanneer de gemoederen wat gekalmeerd zijn, wordt opnieuw werk gemaakt van de heruitgave die in 1831 verschijnt. Het is een update, maar verder identiek aan de eerste druk. Het hoofdstuk 'Homme célèbres' is geschrapt, hiervoor verwijst Voisin naar de biografieën in de herdruk (1830) van de 16e-eeuwse Histories van Belgis van Marcus Van Vaernewyck. De Guide des voyageurs blijft opgedragen aan burgemeester Van Crombrugghe en het historisch overzicht sluit af met een korte hulde aan het bestuur van Willem I dat van Gent "de eerste, mooiste, rijkste en grootste stad van het koninkrijk had gemaakt". Voor de orangist Voisin is het duidelijk: het bestuur van het nieuwe België zal het niet makkelijk hebben om dit te overtreffen.

De derde editie uit 1840 brengt niet veel nieuws. De inleiding en het dankwoord vallen weg, mogelijk een gevolg van het feit dat burgemeester Van Crombrugghe in 1836 door Brussel uit zijn ambt was ontheven en tot eind 1839 vervangen werd door Jean-Baptist Minne-Barth, misschien niet echt een favoriet van Voisin? Het tekstfragment over Willem I wordt gewoon behouden ondanks de gewijzigde politieke toestand.

Er blijft belangstelling voor het boek, en in 1843, kort voor zijn plotse overlijden, komt een vierde druk op de markt. Van Crombrugghe is intussen gestorven en Voisin draagt zijn boek nu op aan twee boezemvrienden sinds zijn studententijd, de liberale schepenen Napoleon De Pauw en Auguste Van Lokeren. Hij herneemt het voorwoord uit de eerste editie en voegt er een nieuwe inleiding aan toe, waarin hij zijn keuze voor een moderne stadsgids verdedigt: de beknopte tekst, het kleine formaat zonder dure illustraties, het makkelijke taalgebruik en de prijs moeten een brede verspreiding ten goede komen. Hij steekt uiteraard nogmaals de loftrompet over Gent en … blijft met een zekere weemoed terugdenken aan de periode van het Verenigd Koninkrijk. De laatste paragraaf van zijn historisch luik wordt daarom sterk uitgebreid en laat weinig aan de verbeelding over. Hij beschrijft er hoe Gent zich opwerkte tot de schitterende tweede stad van het land, en die positie kon handhaven "malgré la révolution de 1830".

De edities uit 1826 en 1831 kan je raadplegen in de leeszaal van het Liberaal Archief.

U neemt straks misschien ook een reisgids in de hand om te genieten van een welverdiende vakantie? Ook de medewerkers van het Liberaal Archief hebben die intentie en gaan er even tussenuit. Het archief is gesloten van maandag 18 juli tot en met vrijdag 29 juli 2016. Op maandag 1 augustus zijn we weer geopend.

top